Vooral de logeerpartijen bij de familie in Brabant staan mij nog steeds bij. De reis er naar toe was toentertijd een hele onderneming. Voor het zover was werd er heel wat 'afgeregeld' in Voorburg. In het begin zijn we zelfs naar Breda gefietst, Ryan en ik achterop en Ton op z'n eigen fiets. Ik kan mij daar niet echt veel van herinneren maar de ritten met de auto staan nog in mijn geheugen gegrift. Mijn vader, Oom Herman voor neven en nichten, was de trotse bezitter van een Opel Kadett.

Vol goede moed stapten we in het Kadetje waarmee we naar Brabant zouden scheuren. Vlak voor, in of net voorbij Rotterdam (waar je toen nog dwars doorheen moest) begon het water in de radiator meestal te koken.
Grote stoomwolken benamen ons het uitzicht, de weinige medeweggebruikers die er toen waren meenden door te toeteren mijn vader daarop attent te moeten maken, hetgeen enige irritatie bij hem veroorzaakte, de pittige woordenstroom welke dan meestal volgde zal ik vanwege de vrij katholieke stro­ming in onze familie niet weergeven, mijn moeder (Hetty) suste dat weer en uiteindelijk stopten we om de radiator bij te vullen.

Dat was altijd een spannend moment, pa draaide koelbloedig met een doek om zijn hand de dop eraf waarop kokend water en stoom uit de radiator spoten, even wachten en met de meege­nomen jerrycan met water de zaak bijgevuld. Na dit futiele oponthoud naderden wij de oude Moerdijkbrug. Op dat moment konden we een lichte verandering in 'ons' moeders spreken bemerken, een zachte gé sloop dan de gesprekken binnen. Maar verder ging het, in vliegende vaart naderden wij Zevenbergse Hoek waar wij afsloegen en dan verder binnendoor naar Breda reden, langs de

Faam­fabriek om met piepende remmen te stoppen voor de kapperszaak van oom Ad en tante Zus (Agnes) Michielsen. Altijd weer was het binnenkomen in de winkel een aparte ervaring, de geur die uit de kapsalon kwam, oom Ad die vaak nog aan het knippen was.

Ulvenhoutse Bos

De trap op naar boven en gelijk maar Suskes en Wiskes lezen in de keuken of nog snel voor het eten een Tour de France doen met knikkers door een stofzuigerslang samen met Ad en Ton Michielsen. Menige vakantie brachten wij dus in Breda door. Tijdens deze vakanties werd veel tijd doorge­bracht in het Ulvenhoutse Bos, waar naarstig naar bosbessen werd gezocht om jam van te maken. Ook zwemmen in het EI was altijd een vast onderdeel van ons verblijf aldaar, Agnes en Ryan naar het meisjesgedeelte en wij bij de heren. De scheiding in het midden van het zwembad heeft mij als jongen jaren geïntrigeerd, maar ik heb nooit de moed kunnen opbrengen om door de gaatjes, die er ongetwijfeld zaten, te gluren.

Nadat ik in Helmond had leren fietsen, oefende ik dit met grote regelmaat op het middenstuk van de Nieuwe Boschstraat op een doortrapfiets. Deze werden speciaal gemaakt om van lastige kinderen af te komen. Dat dit niet is gelukt mag een wonder heten; menigmaal schoot ik zonder te kunnen remmen de rijweg op en bezorgde de paar automobilisten die er waren een hartverzakking. Zo gingen deze mooie zomers aan mij voorbij zonder uiteraard te beseffen wat een uitermate prettige tijd dit was, des te meer lol heb ik aan de herinneringen van dit alles.

WALTER GROOTENS

Voorburg - Brabant en vice versa

Walter Grootens ongeveer 1949

Een logeerpartij bij de familie Michielsen in Breda

Hetty Grootens met de kinderen