Verhalen die in de loop der jaren verschillende malen verteld zijn. Verhalen die daardoor een bepaalde inkleuring krijgen die de verteller er graag aan wil geven. Maar desondanks wil ik graag meerdere familieleden deelgenoot maken van enkele onvergetelijke vakanties in Vrouwenpolder. Toen ik als tien jarige jongen voor het eerst deze naam hoorde, had ik daar een bepaalde voorstelling bij. Na een aantal jaren Scheveningen met tante Hetty en oom Herman wilde ik daar wel eens op vakantie gaan.

Het viel niet mee. De start vanuit Breda bracht al de nodige spanningen met zich mee. In eerste instantie leek het erg gezellig om met tante Zus (Agnes red.). oom Ad, en mijn neven en nicht twee weken in Vrouwenpolder door te brengen. Het feit dat oom Ad, Ad en Ton niet met de Kever van mijn vader mee zouden rijden, had al een signaal moeten zijn. In mijn beleving 'ging' Agnes Michielsen al met Peter (hij was er altijd bij!), en zij kwamen dan ook heel chique met de Fiat 600. Ook mijn twee zussen voelden blijkbaar al enige nattigheid. Zij zeiden dat ze met Ad en Ton naar Vrouwenpolder zouden fietsen.

250 eieren!

Wat was nu het geval. Vanaf het moment dat we in Helmond in de auto stapten kreeg ik onmiddellijk een zeer belangrijke taak, namelijk die van
eier-oppasser. Overigens heb ik die taak zes jaar moeten uitvoeren totdat ik gelukkig 16 jaar was en op de brommer (jawel een echte Puch) naar Vrouwenpolder kon rijden. De taak van eier-oppasser was wel een zeer gewichtige taak. Hiervan hing het vakantie wel en wee af van ongeveer 11 tot 15 personen. Ik had wel bij mijn ouders bedongen dat, om mijn nog jeugdige verantwoordelijkheid goed te kunnen dragen, ik zelf mocht bepalen hoe en op welke wijze de 250 eieren in de Kever vervoerd zouden worden.

Op zichzelf is het al een belachelijk aantal, maar de specialiteit van deze eieren was dat ze in ieder geval minimaal twee dooiers hadden. Het was geen uitzondering dat er eieren met drie dooiers voor ons neus werden gezet. De eierkenners onder jullie weten dat om zo'n hoeveelheid eieren te
vervoeren er minstens 8 'treetjes' van 30 eieren nodig waren. Jullie kunnen je dan ook voorstellen dat ik mijn taak zeer serieus oppakte voor een goed en liefst heel vervoer, omdat de sancties bij enige nalatigheid zeer desastreus zouden zijn. Voor ieder gebroken of uitgelopen ei zou ik tijdens de vakantie een ei minder krijgen. Degenen die mij een beetje kennen weten dat dit een adequate straf was.

Voetbal

Ingebouwd tussen de eieren reden we met een volle Kever richting Breda om 'ons Zus' en haar bagage op te halen. De bagage is op zichzelf al een heel verhaal. Zoals bekend was een Kever nou niet de grootste auto die er bestond maar hij had wel een 'kattebak'. Ons zus, sluw als ze was wist dat mijn vader graag een duidelijk overzicht wilde hebben van de mee te nemen spullen. Ons zus had dan ook heel attent in de winkel een paar koffers en een verdwaalde tas neergezet. Tevens had ze, ook heel attent, naar haar zonen en mij toe, een voetbal klaargelegd.

Aan het gezicht van mijn vader zag ik al dat hij het wel erg veel vond en in gedachten was hij al bezig om te kijken waar dit alles te zetten zonder dat de eieren in het gedrang kwamen. Natuurlijk was het ook mijn belang dat niet te veel bagage zou worden meegenomen, gelet op de reeds eerder uitgeproken sanctie. Voorzichtig opperde ik dan ook om de bal maar in Breda te laten omdat ik wel in Vrouwenpolder een bal zou kopen. Ons zus, sociaal als ze was, kreeg het zoals zo vaak, op haar bekende en door mij zo geliefde kordate wijze voor elkaar dat de bal toch mee ging.

Jullie moeten je bij dit proces voorstellen dat de rest van de familie altijd naar boven ging zodat mijn vader in alle rust de auto kon pakken. Alleen tante zus verliet regelmatig de kamer omdat ze nog een 'klein' tasje had voor Jan. Achteraf is het mij duidelijk geworden waarom mijn vader tijdens de vakantie altijd een grote Amerikaan wilde huren. Want naast de in het oog staande bagage kwamen uit alle hoeken en gaten van het huis in de Nieuwe Boschstraat tientallen 'kleine' tasjes. Ik heb zelfs postuum nog altijd een grote bewondering voor de enorme zelfbeheersing van mijn vader.

Geen vriendelijktrapje

Echter een keer is het volledig uit de hand gelopen. Het spel met de bal was een jaarlijks terugkerend ritueel. De liefde van tante Zus voor ons mannen, was tijdens één vakantie niet te stuiten. Gezellig koffie drinkend boven in de Nieuwe Boschstraat hoorden we opeens een verschrikkelijk gevloek en kabaal. Degenen die mijn vader kenden weten dat vloeken het laatste was wat hij zou doen. Snel liepen we naar het,raam en zagen dat over de Nieuwe Boschstraat diverse ballen met verschillende kleuren over straat vlogen, met een snelheid die meer woede en frustratie uitstraalde dan een vriendelijk trapje tegen een bal. Achteraf hebben we 11 ballen geteld die tante zus op slinkse wijze in de auto had weten te stoppen.

Na een urenlange rit, we hadden altijd file, kwamen we in Vrouwenpolder aan. Nou dat viel tegen. Twee straten en zes kerken. We logeerden in een alleraardigst boerderijtje, De Stulp, wat al snel uit twee verschillende wonigen bleek te bestaan. Wij hadden het kleinste gedeelte dat voor twee personen
rede­lijk te noemen zou zijn. Wij logeerden er met minimaal 11 personen.
Dit bracht met zich mee dat wij er voortdurend op bedacht moesten zijn dat de verhuurder, een zekere van Overbeke uit Goes, binnen zou kunnen stappen. Het huisje was verhuurd op basis van zes personen.

In het voornamelijk christelijke Zeeland was de geestelijke bijstand op de zondag niet zo goed geregeld, zodat we als goede katholieken op zondagmorgen naar een zogenaamde openluchtmis toe moesten. Dit was achteraf bezien de eerste aanzet tot een kritische opstelling ten opzichte van de katholieke kerk.

Uit volle borst

Gelukkig had onze verhuurder zelfs in die tijd al een klantvriendelijke inslag en had hij ervoor gezorgd dat in het veel grotere gedeelte van de boerderij naast ons zowaar een echte vrouwelijke dominee met haar moeder logeerde. Dit betekende dat het openluchtgebeuren snel werd afgeblazen en dat we in Middelburg of Veere ter kerke gingen om naar onze buurvrouw te luisteren en uiteraard te kijken. Zij was zelfs zo vriendelijk om vooraan in de kerk plaatsen voor ons te reserveren die wij volgaarne innamen omdat we weer eens te laat een overvolle kerk binnen kwamen. Om ons niet te laten kennen deden we alsof we al jaren ter kerke gingen en met name tante Zus zong uit volle borst mee.

'Heerlijke lucht'

Herinneringen die een bepaalde plaats krijgen. Gebeurtenissen die onlos­makelijk verbonden zijn aan vakanties. Dat schept een band en geeft nog maar weer eens aan hoe bijzonder het is om familie te hebben.

Zo ook die keer, beter kan ik zeggen dat het minimaal vier keer per vakantie van twee weken voorkwam (en dat veertien jaar lang wat mij betreft). dat naast de dagelijkse standaard kost van boontjes afgewisseld door snijboontjes er iets anders zou worden gekookt.

Overigens was dat koken al een heel ritueel. Oom Ad was altijd vroeg in touw en maakt 's morgens om 5.00 uur de boontjes schoon. Maar de gedachte aan eten bracht hem op het idee om zelf ook wat te eten. Dit zou op zichzelf niet zo erg zijn, ware het niet dat hij een gebakken scholletje wel lekker vond. Deze heerlijke lucht maakte dat iedereen redelijk op tijd wakker was om volop te kunnen gaan genieten van de dag.

Deze dagindeling hield in dat de kinderen om 8.00 uur naar het strand werden gestuurd om niet voor zes uur 's avonds terug te keren. Ondertussen werd om 10.00 uur de worteltjes of de bietjes opgezet, om er in ieder geval van verzekerd te zijn dat deze op tijd gaar zouden zijn. Het zal jullie niet verbazen dat wij tweemaal per week rookwolken uit ons vakantiehuisje zagen komen als wij na zessen van het strand terugkwamen. Zelfs hebben we op een dag onze neef Ad half bewusteloos naar buiten moeten brengen omdat hij zich niet aan de huisregel had gehouden dat het vakantiehuisje er alleen maar was voor de avond en de nacht.

Ondanks het totaal verbrande eten was er geen enkele aanleiding om maar spontaan frites te halen. Het was alleen maar aangezet en mijn
moeder en tante Zus hadden met een jarenlange Grootiaanse ervaring de wat 'licht' gekleurde stukjes weggesneden. Ik moet bekennen dat zelfs tante zus het af en toe te gortig werd nadat ze manmoedig tien minuten langer dan de rest doorgeprikt had. Ze zei dat ze niet goed werd en sprintte naar de keuken, een meter verderop, en aan de geluiden konden we horen dat het echt serieus was.

Spierwitte tante Zus

De stemming aan de eettafel was verschillend. Sommigen zaten met een zelfvoldaan en zie je nou wel gezicht, anderen hadden een blik in de ogen van medeleven. Overigens waren deze laatsten ver in de minderheid en als ik het goed herinner was het alleen maar mijn moeder die meer uit bloedverwantschap dan uit ratio medelijden had. Nadat de geluiden waren opgehouden en een zacht klaaglijk gehuil te horen was, spoedden we met ons allen naar de keuken. De aanblik was natuurlijk triest. Een spierwitte tante Zus, met enige tranen op haar wangen, stond voorovergebogen boven wat eens in haar maag zat. De poetsers onder ons, alhoewel ik mij niet kan herinneren dat deze kwaliteit echt goed ontwikkeld was bij Grootens, wilden spontaan de rotzooi gaan opruimen.

Toen bleek dat tranen en geluiden alleen maar geproduceerd waren om een fantastisch toneelstukje op te voeren. De inhoud van de maag bleek een in een feestwinkel gekochte grap te zijn. Overigens trapte de hele familie er ieder jaar weer in! Dit zijn een paar redenen waarom mijn tante Zus mijn lievelingstante was. Een tante die letterlijk met een lach en een traan, met een dosis humor heel veel aankon.

 

P.S. Ik reken het tot mijn eer dat in al die zes jaren dat ik eier-oppasser ben geweest nimmer een kapot ei heb gehad ondanks de vele obstakels. Het stemt mij ook gelukkig dat het ieder jaar weer lukte om 250 eieren in twee weken te verorberen.

TED BERENSCHOT

De eier-oppasser

Ted Berenschot

Opa Grootens met Zus  Michielsen, Ciscy en Jan  Berenschot in de tuin van de leeuwerikstraat in Breda

Agnes (Zus) en Ad Michielsen

Jan en Ciscy Berenschot met kinderen