Bij ons thuis was mijn vader streng en we waren dan ook bang voor hem. Als mijn vader iets zei, kon je dat het best in je oren knopen, anders zat hij aan jouw oren te knopen. Mijn vader beschikte over allerlei variaties op
bestraffings­gebied, waarbij het orendraaien nog tot de tamelijk onschuldige sancties behoorde. Bij tante Bep en oom Frans thuis heerste een wat lossere sfeer. Bovendien waren er zes kinderen in huis, die met de ouders samen over een enorm geluidsvolume beschikten. Kun je je voorstellen, dat ik graag in de Herculesstraat logeerde, want daar gebeurde elke dag wat.

Bij ons thuis werd bij een huiskarweitje niet om een vrijwilliger gevraagd, ons werden bevelen uitgedeeld, waar we ons graag of niet graag in schikten. Tante Bep vroeg echter haar kinderen, wie naar de bakker wilde gaan. De één na de ander kreeg deze vraag gesteld, maar ieder reageerde op dezelfde manier en vond de vraag hoogst ongepast. Wist ma niet. dat de één 's-morgens de stof­zuiger had gehaald, dat de ander vorige week al brood had gehaald, dat de derde met het huiswerk wilde gaan maken, dat hij al weken uitgesteld had? Bij de allerlaatste werd de vraag omgezet in een bevel, wat ook niet gewaardeerd werd. Om de patstelling te doorbreken hing ik dan maar de Brave Hendrik uit, en ik werd door tante Bep prompt als voorbeeld voor haar kinderen gesteld, wat hun gedrag zeker niet veranderde!

Een keer sliep mijn moeder op de 1 e verdieping in de Herculesstraat.

's-morgens werd ze wakker van een pokkenherrie. Neven en nicht renden als gekken om haar slaapkamer heen, aan slapen viel niet meer te denken.
Tenzij. dacht mijn moeder, iemand zich nou eens zou bezeren! Onze lieve Heer, die de gedachten van alle mensen kent en via een voor ons onbegrijpelijke selectie een aantal gedachten laat uitkomen, koos dit keer voor mijn moeder en dus vloog Els haar hoofd keihard tegen een kast. Het rennen stopte, maar werd ingeruild voor een heus huilen van het slachtoffer. Bovendien kwam oom Frans de trap opgestruind en begon met verbaal geweld ieder inslapen onmogelijk te maken.

Gooi- en smijtwerk

Ik sliep altijd met Hans in de zolderkamer aan de voorkant, de andere neven overnachtten op de overloop rondom de televisie-antenne. Eén keer gooide Tonnie (zo noemde tante Bep hem, dat klonk zo vertederend!) een schoen onze kamer in. Dat vond Tonnie blijkbaar leuk. Dit werd het signaal voor een gooi- en smijtpartij over en weer, dat tot beneden was te horen.
Dus hoorden we oom Frans al komen: eerst het dreunen op de onderste trap, dan het luidruchtig opensmijten van de zoldertrap. Oom Frans begreep direct, dat er met een schoen was gegooid - zoiets behoorde blijkbaar tot de tradities van het huis - maar nu moest nog de hoofdschuldige gevonden worden. Sherlock oom Frans ging op zijn eigen wijze te werk: 'Hans, heb jij met die schoen gegooid?' 'Nee.'

'Ton, heb jij gegooid?' Het antwoord valt te raden. Tonnie wist wel te vertellen, dat Hans gegooid had en dat hij. Ton, uit zelfverdediging teruggegooid had. 'Hans, heb jij gegooid?' 'Nee ik heb de schoen alleen maar daar neergezet.' 'Een beetje hard neergezet zeker?'Dat misschien wel'. Einde discussie. Het leek mij in deze opgewonden stemming niet tactvol de juiste gang van zaken rustig uit te leggen. Dus zou Hans er , aldus oom Frans, de volgende dag wel van lusten, maar een goede nachtrust tastte ook het geheugen van oom Frans aan en dus was de volgende dag alles vergeten.

Toen Hans en ik niet meer bij elkaar logeerden en niet meer samen op fietstocht gingen, wipte ik nog vaak aan in de Herculesstraat. Toen mijn ouders waren gestorven, had ik altijd moeite de feestdagen door te komen. Dan ging ik graag naar tante Bep en oom Frans, die hun deur voor onbeperkte tijd voor mij openstelden, want ze begrepen, wat er in me omging. En toen ik getrouwd was en wij bij de koop van ons eerste huis financieel aan de grond zaten, sprongen oom en tante met een lening bij.

AAD JANSEN

Logeren in de Herculesstraat

Oom Fonny met Elly en Aad

Opa negentig jaar