Bij oma en opa Grootens was er elk jaar reünie van de familie Grootens met kerst en nieuwjaar. De ooms en tantes kwamen dan na de kerk zalige Kerst of gezegend nieuwjaar wensen en brachten dan hun kinderen mee. Neven en nichten speelden, toen ze klein waren, dan in de achtertuin in de Leeuwerikstraat en later buiten op straat of op het plein voor de veemarkt. Ooms en tantes dronken dan eerst koffie en daarna voor de mannen een borrel (oude jenever) en de dames vermouth of boerenjongens met brandewijn. De kinderen kregen aanmaak-limonade. Later, toen de neven en nichten groter werden, veranderde de aanmaaklimonade in echte sinas en zelfs ook boerenjongens of vermouth. Nooit echter zijn we aan de jenever toegekomen.

Vroeger werd er veel door neven en nichten bij elkaar gelogeerd. De ene vakantie bij de een, de volgende weer bij de ander. Dit deden ook Aad Jansen en Hans Grootens. De tijd werd zeer actief doorgebracht met ... kaarten. ‘s Morgens, met nog maar een half oog open, werden de kaarten geschud en begonnen we met jokeren. Ontbijt volgde met de kaarten in de hand. Daarna werd er weer volop gejokerd, tussendoor werd er ‘s middags vlug gegeten en daarna jokeren tot het avondeten. Snel eten, afruimen en afwassen en dan kwamen de kaarten weer op tafel totdat we naar bed gingen.

Pingpongwedstrijd

De kaarten gingen mee naar boven en voor we gingen slapen werd er nog een stevig potje gejokerd. Soms gebeurde het wel, dat we met de kaarten in onze handen in slaap vielen! De volgende dag begonnen we met frisse moed en dit kon meerdere dagen achter elkaar gebeuren, vooral als het buiten koud of nat was. Zo werd menige keer een kerst- of paasvakantie besteed, want televisie bestond toen nog niet. Soms werden we echt actief en werd er een pingpongwedstrijd opgezet. Iedereen deed mee en speelde tegen elkaar tot er een uiteindelijke winnaar uitkwam. Pingpongen gebeurde in de huiskamer op de eettafel. Deze werd dan uitgeschoven, een blad ertussen, een netje erop, de stoelen en ander meubilair aan de kant en dan maar meppen.

Van tafeltennis hadden we nog nooit gehoord, als het maar hard ging en het balletje op de tafel kwam. Een keer, Aad en Hans speelden, ging het er zo hard aan toe, dat er een ruit bij sneuvelde. Niet door het balletje, maar door één van de spelers, die het balletje wilde pakken tussen het aan de kant geschoven meubilair. Hij had het bijna, viel, schoof weg, een stoel schoot weg en hij had het balletje. De stoel vervolgde echter zijn weg en schoot door een van de tuindeuren. ‘Zelf betalen‘ zei oom Frans. Dit werd dus een dure pingpongwedstrijd.

Over het hek

Ook werd er weleens buiten gespeeld, verstoppertje of gevoetbald, vóór op het grasveldje in de Herculesstraat. Daarvoor lag een kazerne met sportvelden van de militairen. Deze werd omsloten door een ijzeren hekwerk van wel drie meter hoog. We waren echter niet zo schotvast en regelmatig ging de bal over het hek, het gebeurde zelfs dat de bal op een van die scherpe pinnen kwam en dat was het einde van het spel. Als de bal over het hek ging moest degene die het gedaan had de bal zelf halen. Voor de bewoners van de Herculesstraat was dat geen probleem, die hadden een uitgebreide ervaring.

Ook Aad was op een keer de pineut en na veel aanwijzingen en roepen zat hij uiteindelijk bovenop het hek. Nu moest hij aan de andere kant eraf springen in het zand. Je moest wel oppassen voor de pinnen, dus iets afzetten. Dit laatste was Aad echter vergeten en krkrrrtt, daar ging hij over een van de pinnen. Hij stond te huilen van de pijn, het bloed kwam door de scheur in zijn broek heen, maar wij zeiden: ‚Pak die bal nou‘. Door het lawaai kwam de moeder van Aad (tante Riet) naar buiten en het eerste wat ze zei was, ‘Laat eens zien, .... dat kost me weer een nieuwe broek.‘ Over zijn beschadigde achterwerk werd met geen woord gerept. Hoe hij terugkomen is, weet ik niet meer, maar gevoetbald is er die dag niet meer.

 

Rokende terugtraprem

We hebben toen ook de wereldtentoonstelling in Brussel bezocht, het was 1956. Ook deze vakantie dolle pret en veel vrienden en vriendinnen uit Eeklo. Hierover kan Aad veel meer vertellen, want hij is er thuisgeweest.

Op later leeftijd, we waren al 14 jaar, werd het plan door beide bovengenoemde neven opgevat een fietsvacantie te maken. Geslapen werd er in jeugdherbergen, waar we van dag tot dag naar toe fietsten, We kwamen door Gelderland, Brabant en Limburg met zijn heuvels. Dit gebeurde allemaal met een gewone herenfiets met terugtraprem en zonder versnellingen. We hadden echter, ondanks alle vermoeienissen en ontberingen veel plezier en deden onderweg veel vrienden en ... vriendinnen op. Leuke herinneringen zijn de kussengevechten op de slaapzaal in een Limburgs kasteel en het drinken van een flesje cola; veel cola heeft Aad niet gekregen wel een slapeloze nacht.

Voor je het flesje open maakte moest je dit zo nodig nog even flink schudden, en toen zat iedereen, inclusief het plafond en de muren, onder de zoete troep. Als er vlekken achterbleven, zou er op onze kosten opnieuw gewit moeten worden. Maar toen zat er ook al in cola praktisch alleen water, gelukkig. Ook werd het jaar erop naar het buitenland gefietst. Voor extra veiligheid voorop een velghandrem gemonteerd, die bij regen niets deed. Toch gingen we de hoogste toppen van de Ardennen op (lopend) en er af met een rotgang met rokende terugtraprem We hebben toen ook de Wereldtentoonstelling in Brussel bezocht, het was 1956. Ook deze vakantie dolle pret en veel vrienden en vriendinnen uit Eeklo opgedaan. Hierover kan Aad veel meer vertellen, want hij is er thuis geweest.

Bep en

Frans Grootens

Oom Frans

Tante Bep met

Ton Grootens

Tant Bep met kinderwagen

Kaarten, kaarten en nog eens kaarten

HANS GROOTENS