Wat aanvankelijk een doodgewone logeerpartij bij een tante leek te
zijn - in die tijd een normale zaak - heeft mij echter in mijn ogen van een provinciaaltje tot een vrouw van de wereld gemaakt. Ik schrijf 1960, net 16 jaar oud. Van enige opwinding vooraf was in mijn herinnering geen sprake, hoewel mijn zusje Ine en ik toch naar Amsterdam gingen, een stad, waar mensen die ik ken, in 1997 toch veel moeite mee hebben.

Aangekomen bij tante Leny werden we tijdens haar begroeting opgeschrikt door neef Corné (toen nog Kees geheten) die ergens van boven kwam springen - was er een zonneterras? - in het kleinste zwembroekje dat ik ooit gezien had.

Daarna ging mijn ontwikkeling in een snel tempo, Kees had die kennelijk op zich genomen. Wandelend door Amsterdam wees hij mij buitenlanders, homo's, bekende Nederlanders etc. aan, allerlei mensen die volgens mij in Brabant niet voorkwamen. Bovendien bracht hij mij in contact met een bevriend kunst­schilder, die in een souterrain aan een van de grachten woonde. Kort daarvoor hadden Ine en ik het pas geopende Anne Frank-huis bezocht. Kun je je een groter geluk voor een meisje in die tijd voorstellen dan wanneer een kunstenaar uitroept: ‚ ... Anne Frank ... ik wil jou als Anne Frank schilderen.‘

Maar dit feest ging niet door, Kees stak daar een stokje voor en pas jaren later hoorde ik de reden: 'Ik kende mijn vriend.' Het hoogtepunt van die week was een bezoek aan Lucky Star, in die tijd een gerenommeerde nightclub in de buurt van het Leidseplein. Kees en ik zaten aan een tafeltje en ik genoot van alles, de ronde dansvloer, prachtige lichteffecten, interessante mensen uit de hele wereld en een cola voor mijn neus van liefst twee gulden vijftig! (Bedenk, het is nog steeds 1960). Kees zit rechts van mij en op een gegeven moment voel ik links van mij enige beweging. Langzaam maar zeker voel ik een grote stevige hand onder mijn bloesje vorderingen maken. Van onder naar boven om precies te zijn. Ik kijk verschrikt opzij, midden in het gezicht van een heel grote, breed lachende neger, die mij vriendelijk toeknikt, al wrijvend en knijpend.

Totaal verlamd zat ik daar, ik durfde Kees niets te zeggen, als de dood dat we deze prachtige tent onmiddellijk zouden verlaten en dat zou toch zonde zijn van mijn cola die nog lang niet op was. Maar de tijd heeft even voor mij stilgestaan, want enige herinnering later aan die avond heb ik helaas niet meer.

Het Provinciaaltje

Agnes en Ine Berenschot bij het Anne Frank huis

 

-  Enkele impressies uit de Leeuwerikstraat van Agnes Houët-Berenschot,

-  een enorme roze zeeschelp op de ombouw van het opklapbed van tante

 Jeanne;

-  Vrouwtje Eggermond (Wat een prachtig beeld roept dat op);

-  af en toe ruikt onze zolder zoals die van opa en oma;

-  de ingebonden Katholieke Illustratie;

-  de distributieradio, waarop volgens mij Anquetil ieder jaar de Tour de France

won;

-  de talloze fietstochten met opa in de omgeving van Breda, waardoor ik nog

steeds al die dorpen herken aan hun kerktorens.

AGNES HOUËT-BERENSCHOT