Vroeger werden de vakanties doorgebracht bij familie of vrienden. Wij gingen naar Breda, Helmond of Nisse en de familie kwam de stand gelijk maken door een bezoek aan het mooie Voorburg. Wij gingen naar de bossen en de heide of in het geval van Nisse naar het platteland. Zij gingen naar het Scheveningse strand. Een regeling die tot ieders tevredenheid werkte. Ik denk er tenminste met veel plezier aan terug. Prachtige vakanties waren dat.

De mensen waren vriendelijk en simpel en de watersnoodramp moest nog plaatsvinden. De familie Grootens uit Voorburg was in het gelukkige bezit van een automobiel. Een Opel Kadett, bouwjaar I 938 en destijds uit Duitsland geëxporteerd naar Canada waar, zoals dat een goed lid van het Britse wereldrijk betaamd, toen nog links werd gereden, en het stuur zat dus aan de verkeerde rechterkant. Maar het reed en we waren er wat trots op.

Tijdens zo'n vakantie in Nisse genoten we volop in de grote boomgaard die onze oom Dries van der Poest Clement (Oom Dries van der Poest Clement was de vriend van Herman Grootens. Redaktie.) achter zijn grote villa 'Sonnevanck' had liggen. Van de bezoeken aan een meertje waar we gingen zwemmen. Het water was buitengewoon vies en als je met je voeten op de bodem kwam, was dat een heel vies gevoel. Ik heb nog steeds het idee dat giftige waterslangen op mijn toen nog mooie rose teentjes loerden. Oom Dries had een open Engelse sportauto waarin we allemaal mee mochten. En oom Dries liep mank en met een stok vanwege een oorlogsverwonding. Dat was nog eens een man! Piloot op een gevechtsvliegtuig en oorlogsheld. Ik hoopte dat als ik later groot was dat ik ook een open Engelse sportauto zou hebben en een oorlogsverwonding.

Een luide klap

Maar de dag dat we weer naar huis moesten brak sneller aan dan we hoopten. Nog één keer met de lorrie door de boomgaard, nog één keer met de moterstep (jawel) drie rondjes om het huis, nog één keer naar de zolder van de grote schuur achter het huis waar nog een machinegeweer stond met zware munitie in een kist. Zeker als oom Dries last had van muizen.

Zwaar beladen reden we de volgende dag weg. De benzinetank en radiator waren beide goed gevuld. Nog geen twee kilometer waren we onderweg toen er voorin het motercompartiment een luide klap klonk en de motor meteen elke activiteit staakte. Mijn vader greep naar zijn voorhoofd en wist meteen wat het was. 'Hettie, we hebben godverdomme een uitgelopen lager!' Mijn moeder wist natuurlijk niet meteen wat dat betekende maar aan het gedrag van mijn vader kon ze merken dat ze beter geen vragen kon stellen. Voor dat soort dingen had mijn moeder in de loop der jaren een uitstekende intuïtie gekregen.

Mijn vader dook onder de motorkap alwaar zijn ergste vermoedens werden bevestigd: EEN UITGELOPEN LAGER GODVERDOMME! Een goede kijk op technische zaken kon de man niet worden ontzegd. Goede raad was duur. Na ampel beraad werd besloten terug te lopen naar villa 'Sonnevanck' om daar het probleem met Andries te bespreken.

Tot ons grote genoegen werd besloten de auto terug naar Nisse te slepen en nog een weekje aan onze vakantie vast te knopen. In die week zou mijn vader hoogstpersoonlijk zorg dragen voor de reparatie. Dat heeft-ie geweten. Motor uit elkaar halen, lager laten uitboren, nieuwe lager in laten gieten, de hele rotzooi weer in elkaar zetten en toen de spanning of hij het wel zou doen. En hij deed het. En wij hadden nog een heel leuke week met de familie in Nisse.

TON GROOTENS

Het uitgelopen lager (ca.1949)

Ton Grootens Noordenburglaan in Vooorburg ,± 1947

Villa Sonnevanck

Herman Grootens aan het sleutelen

Ton Grootens  ,± 1948

 

 

Autorijlessen in Helmond (ca. 1954)

Als wij gingen logeren in Helmond bij oom Gé en tante Ans of oom Jan en tante Cissy, keek ik er altijd naar uit de dagen dat ik mee mocht met de werkbezoeken van oom Gé of oom Jan. Een hoogtepunt daarvan was als mijn vader ook mee ging en ik op een hele rustige weg, die waren er toen nog bij de vleet, autorijles kreeg in de Volkswagen Kever van oom Jan. Ik was11 jaar en ik kon autorijden en nog wel met dubbelclutch.

En daarna gingen we naar een dorpscafé om te eten en wat te drinken. En mijn vader en oom Jan gingen dan een potje biljarten.

Ik hoopte natuurlijk dat mijn vader zou winnen maar helaas gebeurde dat zelden. Omdat hij zo'n aardige oom was en zo goed autorijles gaf vergaf ik hem dat snel.